Het avonturenfestival liep ten einde. Met ons inmiddels al 10e avontuur restte ons nog slechts een laatste avontuur (Angra dos Reis) ter afsluiting van het grootste avontuur (Nordeste) van het grote avontuur (exchange) van ons leven. Maar eerst nog het tiende deel van mijn verslag.
We zaten het avonduur van ons avontuur in Nordeste en waren op weg naar Vitoria, hoofdstad van Espirito Santo en onze slaapplaats op weg naar Rio de Janeiro. Het was 12 december en om 8 uur waren we, nadat de bus een beetje laat was, vertrokken vanuit Porto Seguro. Het leven was nog mooi. Wazig eigenlijk, want we sliepen half. We maken nu even een tijdsprongetje naar een uur of 1 in de volgende middag, toen we nog steeds in de bus zaten. Gezellig karden we met ons busje door de bergjes, mensen sliepen, mensen praatten, mensen zongen en mensen hielden hun oren dicht. Als een zooi wilde eenden na een geweerschot sprongen er een aantal op (en probeerden weg te vliegen) toen onze hemelse rust plotseling verstoord werd door een sherp schrapend geluid en veel gerammel afkomstig van een incompetente buschauffeur, een kapotte bus of een koekblik met veel te oude inhoud. De bus werd dan dus ook onmiddelijk stopgezet, en de buschauffeur sprong de bus uit, voor zover dat gaat met een truckerslichaam, en perste zich onder de bus om te kijken wat er mis was. Even later ging het gerucht dat de transmissie helemaal kapot is, waarschijnlijk door een koekblik (aha!), anyway, dat ding zou voorlopig niet meer rijden. Ohja, de oplossing volgens het gerucht was lopen. Leuk he? Na anderhalf uur in de brandende zon of de sauna-bus (dan dus maar een kleurtje pakken in de zon), kwam de andere bus ons ophalen om ons naar onze lunchbestemming te brengen, een wegrestaurant dat maar een kleine 15km verderop was. We genoten van onze lunch terwijl de begeleiders een klein topoverlegje hadden van ongeveer een uur. Even later vertrok de andere bus en bleven wij ongelukkigen van alweer Azul alleen achter met de grote man van de oderneming... Freddy. We zaten dus vast, en moesten er het beste van hopen.
Nu gebeurde er natuurlijk wel iets leuks daar. Er was namelijk voetbal op tv, de voorlaatste speelronde van de Brasileirão! Stel je voor, je bent een Nederlander en kunt geen kampioen meer worden. Dat is dus de positie van Coxa, mijn team hier. De twee laatste teams die het wel nog kunnen halen zijn, laten we zeggen, Spanje (Santos) en Duitsland (Atl.Paranaense). Met nog 2 wedstrijden te gaan staat Duitsland na een erg gelukkig seizoen met 2 punten voor op concurrent Spanje... je ziet Spanje gemakkelijk met 5-0 winnen, en dan komt die andere wedstrijd... Duitsland (Atl.Paranaense) speelt tegen Letland (Vasco da Gama), je kijkt, kijkt meer, en ziet hoe Letland er gewoon even 2 inknalt tegen Duitsland zonder een tegendoelpunt te krijgen, en daarmee Duitsland uit de leiderspositie trapt. Nogmaals, JIJ, bent een Nederlander. Dan voelt dat toch wel mooi he? Weg eerste plaats, weg kans om voor de tweede keer ooit kampioen te worden en dat in eigen hand te hebben. Als Coritiba-fan, Coxa-Branca, Alviverde, ben je ongelooflijk blij als Atletico zoiets overkomt. Zie het als Ajax-Feyenoord, met Feyenoord als Atletico. Voor mij, Phil, Martin, Laura en nu ook Dean en Thai-Guy was het feest, voor Oscar, Deryl, Fernando en Sergio was het een trieste dag. Voor Oscar werd het te veel, hij verklaarde dat Atletico pas zijn 2e club is, na Botafogo dat nu ineens de eerste plaats innam op zijn ranglijst. Ach begrijpelijk, want zijn team in Zweden, Halmstadt BK, had van de zomer ook al op de laatste speeldag het kampioenschap verspeeld. Twee keer het kampioenschap verliezen in een paar maanden is een beetje te veel natuurlijk.
Toen het donker werd gingen ik, Paul (Oostenrijk) en een paar Mexicanen 'heimelijk' terug naar de bus om alle bagage over te laden in een andere bus. Bij terugkomst was het toch al na 8 uur en was het wachten op een commerciele busverbinding richting Rio. Openbaar vervoer, alleen dan niet van de overheid dus. Naar Vitoria gingen we niet meer, het werd een directe verbinding richting Rio. Reken maar na, R$95,- per persoon, een stuk of 60 personen te vervoeren... dan verlies je wel wat geld Terra Brasil zijnde. Maar goed, liever zij dan ik, en het is hun verantwoordelijkheid, dus het was ook terecht. De busrit duurde lang, meer dan 14 uur, maar ik moet zeggen dat ondanks dat dit misschien wel de slechtste bus is waarin ik ooit zo'n reis heb moeten maken, ik nog nooit langer en beter heb geslapen in een bus als toen.
Tegen 10 uur reden we over de grote brug over de baai van Rio de Janeiro. Wat ik in eerste instantie vooral voelde was verbijstering. Was dit nou Rio?? Maar ach, zelfs Amsterdam schijnt minder mooie plekjes te hebben, en toen we eenmaal overgestapt waren op onze eigen bus die ons via bijvoorbeeld Botafogo naar de Copacabana bracht, dacht ik al heel anders over de stad. Rio de Janeiro, dames en heren, is een prachtstad! Blauwe zee, lange en grote zandstranden, groene heuvels en mooie gebouwen. Natuurlijk is dat alleen maar het mooie deel, want de favelas van deze stad rekken zich tientallen kilometers uit, gebieden waar geen politieman ooit komt, drugsverkooppunten zijn en oorlogen tussen handelaren plaatsvinden. Maar als je Botafogo ziet, de Copacabana met de Pão de Açucar, Ipanema of de straten achter de stranden, dan denk je daar niet aan. Dan zie je Rio als op de foto's, het Rio dat elke Braziliaan wil dat je ziet. Rio is een sensatie, en dat werd alleen maar bevestigd toen ik vanuit mijn hotelkamer, op 20 meter van de Copacabana, naar buiten keek...
Rio de Janeiro is alles wat São Paulo niet is en andersom. São Paulo is gigantisch, lelijk, heeft geen zee, geen strand, slechte wegen, vele verpouperde gebouwen die tussen de paar nieuwe gebouwen staan en een onmogelijke architectuur. Paulistanos zijn de harde werkers van het land, en São Paulo is dan ook het commercieel en industrieel hart van Brazilië. Paulistanos werken, werken en werken, bouwen een huis, werken meer, kopen een appartement in de binnenstad, werken en vertrekken naar een goedkoper gebied dat binnen vliegafstand is van het werk in de stad (Curitiba bijvoorbeeld). São Paulo is een werkstad zonder echte touristische attracties, en buiten kantooruren begeeft de helft van de mensen in de stad zich naar haar huis op behoorlijke afstand.
Rio de Janeiro is anders. Rio is levendig, heeft mooie stranden, een blauwe zee, een mooie omgeving en een frisse zeewind. Cariocas werken wel eens, maar genieten vooral van het leven. Ze gaan uit, zijn met vrienden, pakken wat zon op het strand, dansen samba en vieren carnaval. Het woord stress is ze bekend, maar geen Carioca die precies weet hoe het voelt.
Paulistanos en Cariocas kunnen elkaar niet uitstaan. Paulistanos vinden de Cariocas een ongelooflijk lui volk (dat vind iedereen in het land, behalve de nog ergere Baianen) en de Cariocas antwoorden in stijl met het locale spreekwoord 'Não deixe para amanhã o que um Paulistano pode fazer para você hoje.' wat betekent, laat niet wachten tot morgen wat een Paulistano vandaag al voor je kan doen. Het is een eeuwige strijd die nooit zal ophouden. De Paulistanos zijn er trots op dat ze rijker zijn en hard werken, de Cariocas achtten zichzelf gelukkiger omdat ze het leven weten te leven. Hoe dan ook, waar São Paulo werkelijk een draak van een stad is, is Rio de Janeiro prachtig. Hier winnen de Cariocas dus zeker een puntje.
We kwamen dus een halve dag vroeger aan in Rio dan gepland. Die halve dag besteedden we mnet het verkennen van de winkelstraten achter de Copacabana (eindelijk weer eens een echt stadsgevoel!) en uitrusten in het hotel. 's Avonds kwam de andere bus aan, die wel in Vitoria gestopt was.
Op de 14e stond eigenlijk een favela-tour gepland, iets dat iedereen welw ilde.. maar er was net weer een grote drugsoorlog begonnen in een aangelegen wijk, dus werd de tour afgelast en moesten we genoegen nemen met een ochtendje Copacabana... MET PLEZIER! We maakten twee voetbalteams en in de al vroeg brandende zon speelden we voor een uur of 2 op de Copacabana. Jawel mensen, ik heb gevoetbald op de Copacabana, toch niet onbelanrijk in het leven dacht ik zo. Na een tijdje gezwommen te hebben ging ik douchen in het hotel en daarna naar de supermarkt om wat geld te halen. Terwijl ik dat aan het doen was speelde zich iets af in het water voor de Copacabana, een tafareel dat nog maar net goed afliep.
Oscar, Deryl, Phil, Sergio en Thai-Guy waren gaan zwemmen. Ze stonden maar tot de dijen in het water toen plotseling een grote golf hen onderuit haalde en een stuk de zee in sleurde. Ze kwamen boven en konden rustig terug zwemmen naar het strand... ware het niet dat onze Aziatische vriend uit Thailand, niet kon zwemmen. Nu waren we er in Pantanal al achter gekomen dat mensen in India het ook niet zo goed kunnen, en dat Oscar en Sergio de kracht niet hebben om behalve zichzelf nog iemand naar te kant te vervoeren. Toen bracht ondergetekende nog uitkomst, maar ik was er deze keer niet. Komt nog bovenop dat Thai-Guy volledig in paniek was en maar bleef schreeuwen dat hij niet dood wilde. Hij duwde Oscar onder, trok Phil met zich mee, het was een chaos en ze waren alledrie min of meer aan het verdrinken. Hoe het kan weet niemand meer, maar ze slaagden er in levend aan de kant te komen, zonder hulp van de Baywatch die pas door had wat er gebeurde toen iedereen al veilig was. Thai-Guy zei geen woord voor 2 dagen en zijn eeuwige smile keerde pas laat terug. Zo erg was het schuldgevoel, alles wat uit zijn mond kwam was sorry en duizenden verontschuldigingen. Oscar bekeek het nuchter en vond dat er wel slechtere plaatsen zijn om te verdrinken dan de Copacabana, maar Thai-Guy bleef het allemaal erg zwaar voelen. Phil had dat niet door en als Art een beetje meer opvliegend van karakter was geweest had hij hem ongetwijfeld vermoord toen Phil vroeg of Thai-Guy wel vaker probeerde zijn vrienden te vermoorden... iets te veel ja.
Later die dag bezochten we de Jardim Botanico in Rio, een groot park dat een stuk mooier is dan haar naamgenoot hier in Curitiba. We maakten foto's, een Amerikaans meisje wilde een foto van haar en mij omdat ik zo op haar vader leek in zijn jongen jaren (moet een knappe gozer geweest zijn dus) en een andere vond weer dat ik prins William was.. je weet wel, die Engelse gast die met een nazi-uniform op een feestje kwam. Tsja, het leven is zwaar he, maar het is voor een goed doel, he. De laatste activiteit van de dag was Cristo Redentor. Voor de leken, Cristo Redentor is dat grote Jezusbeeld dat over de stad uitkijkt van een berg. Jammergenoeg was hij vooral in wolken gehuld, maar als het weer dan even voor een paar minuten opklaarde had je wel een prachtig zicht van het beeld en ook de gehele stad. In die paar minuten maak je dus zoveel foto's als je kunt, want je weet nooit of het de laatste mogelijkheid is. En wat doe je als er wolken zijn? Juist! Amnerikaantje pesten!
Zoals iedereen weet zijn Amerikanen niet zo bijster intelligent, en van de wereld weten ze meestal belachelijk weinig af. En ja, soms is het leuk dat even te laten zien, vooral als ze door hebben dat je het doet. Het kan wel in zo'n mastercardreclame onder het motto 'onbetaalbaar'... Neem een paar Duitsers mee en vraag een Amerikaan of ze weten waar een 'Wiener' vandaan komt. Nu is dat misschien nog een moeilijke, dus vraag je vervolgens naar 'Hamburger'. Nog steeds kijken ze je schaapachtig aan... Dan maar wat intikkertjes 'Frankfurter?' 'Nuernberger' of zelfs 'Berliner'... hopeloos die mensen, maar wel elke Duitse tourist in de buurt die zich helemaal kapot lacht.
De laatste dag in Rio was een drukke. Vroeg in de morgen ging het naar Pão de Açucar, de suikerbroodberg, die het begin van de Copacabana markeert en van waar je een mooi uitzicht hebt op de stad, en dit keer zonder hinder van wolken. Vanuit de kabelbaan, die ooit nog werd gebruikt voor een gevecht tussen James Bond en Jaws in ik dacht de film 'Moonraker', kreeg je de mooiste foto's van de stranden en dan vooral de Copacabana. Het tweede deel bestond uit een bezoek aan het Maracanã, het legendarische stadion waarin Brazilië de WK finale van 1950, waarvoor het stadion gebouwd was, verloor tegen Uruguay. Maracanã is het Mekka voor voetbalfans, je moet er toch wel tenminste een keer in je leven naar toe, maar ik hoop voor de moslims dat de vergelijking niet op gaat, want anders is Mekka toch wel een teleurstelling, en dat is een beetje lullig voor onze islam-mannekes. Maracanã is groot, dat is zeker, en de ligging is prachtig, maar het ademd naar mijn mening nou niet bepaald de atmosfeer van bijvoorbeeld Nou Camp of zelfs de Amsterdam ArenA. Wembley, Olympiastadion, De Kuip... het zijn allemaal stadions die naar mijn mening veel imposanter zijn dan Maracanã. Goed, het stadion heeft wel de grootste capiciteit van de wereld, maar je zou het niet zeggen. Dat komt omdat het stadion gewoon erg uitgestrekt en laag is. Het lijkt allemaal niet echt zo groot, maar dat is het dus wel. Bovendien, het is weer een stadion van de lijst, wat rest is het stadion van Boca Junior en River Plate, Wembley en San Siro. Dan hebben we de belangrijkste wel van de lijst. De ArenA, Nou Camp en het Olympiastadion kennen we namelijk al.
Het laatste punt was de Sambadrome, een stadion zoals je ze langs racecircuits ziet, waar elk carnaval grote optochten worden gehouden met praalwagens en alles wat je altijd op het nieuws ziet. 's Avonds ging het naar het Hard Rock Cafe van de stad, waar velen een shirt of iets dergelijks kochten. Maar goed, je bent Hollander of je bent het niet, dus aan die dure zooi doen we niet he. Nadat ze in de giftshop bijna iedereen geld uit de zak hadden geklopt, gingen we naar een feest... ons afscheidsfeest. Terra Brasil had een deel van een disco afgehuurd als VIP ruimte, zodat we daar lekker konden chillen wanneer we dat wilden en konden genieten van de gratis hapjes en non-alocholische drankjes. Het was wel ons afscheidsfeest, maar de stemming was er zeker niet minder om. Het was een meer dan waardig einde in een meer dan waardige stad. Nu kwam natuurlijk na Rio nog Angra dos Reis als laatste stop, maar Rio de Janeiro, a cidade maravilhosa, blijft voor mij de meest speciale stad van deze trip.